Vragen en oefeningen bij les 3.

Tekstvragen les 3

1) Wat is de belangrijkste gedachte van Albert Ellis?

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________  _________________________________________________________________________                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

2) Waarom is het bij hyperventilatieklachten zinvol ook aandacht aan je manier van denken te schenken?

 _________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________________________                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           Oefeningen les 3

  • Oefen deze week elke dag ademoefening 2 en voeg daar ademoefening 3 aan toe.
  • Oefen één keer per dag de autogene training 2.
  • Oefen het omschrijven van de situaties.

Autogene training 2

a) De inleiding

b) De specifieke oefeningen:

   1) Ik ben volkomen rustig.                1-3x

   2) Mijn rechter arm wordt helemaal zwaar. 6-12x

   3) Mijn linker arm wordt helemaal zwaar.  6-12X

c) Het terugnemen.

Ademoefening 2

(zie les hiervoor)

Ademoefening 3

Een been zwaaien

Sta recht op en zwaai vanuit de heup met een been naar voren en naar achteren. Het been is losjes gestrekt. Dit meerdere keren per ademhaling. Dit is tegen verstijving van houdingsspieren en koppelt de adembeweging los van deze beweging.

Oefening ‘situatie objectief omschrijven’

Deze week zullen wij ons bezig houden met het omschrijven van situaties die we tegen komen. Ieder mens komt natuurlijk leuke en minder leuke situaties tegen, elke dag weer. Wat je nu de komende week moet gaan doen is iedere dag een situatie opschrijven die niet zo prettig voor je was, situaties die spanning en misschien hyperventilatieklachten gaven. Dit kan van alles zijn; kleine en grote ergernissen, angsten, spanningen en/of verdrietighe­den.

Dit lijkt een eenvoudige opdracht, maar de schijn bedriegt. We vragen je om de situatie op te schrijven en (ook) niets meer dan dat. Je moet namelijk zo objectief mogelijk de situatie omschrijven die je tegen komt. Dat kan in een paar zinnetjes, maar daar mogen dan geen emoties of gevoe­lens in zitten. Je moet alléén de feiten opschrijven; datgene wat je kunt zien of horen.

Om je het verschil aan te leren, tussen het opschrijven van een situatie gekleurd door je gevoelens en een situatie objectief, zonder je mening er in, moet je elke situatie een keer als een feit omschrijven en een keer gekleurd door emoties en meningen. Laten we eens enkele voorbeelden geven:

“Mijn baas zit weer eens te vitten op mij. Ik kan daar niet tegen, want ik begin te hyperventileren”.

Dit is geen objectieve omschrijving van de situatie maar ze is sterk gekleurd door je mening. Let vooral eens op de woorden “weer eens” en “vitten”. Ook “Ik kan er niet tegen” is een mening maar niet de situatie. De situatie wordt beter omschreven als men stelt:  “Mijn baas laat voor de derde keer vandaag merken dat ik iets fout doe”. En niets meer dan dat.

Een goed hulpmiddel daarbij is het om de zogenaamde ‘videocamera controle‘ toe te passen. Dat wil zeggen dat je, als je de situatie omschreven hebt, controleert of een videocamera als het ware hetzelfde zou registreren. Nog een voorbeeld:

“Ik kreeg een verschrikkelijke aanval, waardoor ik erg voor schut stond”.

Een videoca­mera zal het “verschrikkelijke” van de aanval niet kunnen registreren. “Verschrikkelijk” bestaat niet voor de videocamera. “Verschrikkelijk” is namelijk weer een mening. Want wat de een “verschrik­kelijk” noemt, ervaart de ander misschien nog als “goed te verdragen”. Hetzelfde geldt voor het “voor schut staan”. De videocamera kan registre­ren dat je inderdaad staat maar of je “voor schut staat” kan de camera niet vast leggen. Ook dat is namelijk een mening.

Schrijf nu eens elke dag een situatie op die in meer of mindere mate vervelend was. Beschrijf de situatie eerst vol emotie, pas daarna de videocamera-controle toe en herschrijf de situatie zodat het objectiever wordt.

DagEerste omschrijving: zonder videocontrole  Verbeterde omschrijving na ‘video controle’
maandag          
Dinsdag            
Woensdag            
Donderdag            
Vrijdag            
Zaterdag