Denken positief beïnvloeden

Ook deze les grijpen we weer terug op het algemene schema van hyperven­tila­tie zoals besproken in de eerste les. We gaan nu beginnen met de volgende techniek om hyperventi­latieklachten te verminderen. Want behalve middels het verbeteren van ons adempatroon en het leren ontspannen kunnen we ook leren anders tegen een aantal dingen aan te gaan kijken. Dit is natuurlijk makkelijk gezegd en vraagt om verduidelijking.

Je krijgt een denk-training! Wat houdt dat in? Laten we beginnen bij het begin. In de jaren 50 van deze eeuw ontwikkelde de beroemde Amerikaanse psycholoog Albert Ellis een training waarin hij de mensen leerde hun denken te veranderen zodat men zich prettiger ging voelen. Mensen die zich gespan­nen voelden leerden zich daardoor meer te ontspannen en mensen die angstig waren werden minder angstig. Zijn methode van werken is effectief gebleken en is mede daarom zeer bekend geworden. Wat leerde hij de mensen? Albert Ellis had, samen met een aantal tijdgenoten, ontdekt dat de meeste gevoe­lens die wij hebben geheel of gedeeltelijk veroorzaakt worden door ons denken over de dingen en niet zozeer door de dingen. Laat ik dit verduide­lijken met het volgende voorbeeld:

1.1 Twee gelijke situaties

 Loes en Annet zijn twee mensen van gelijke leeftijd. Ze zijn allebei getrouwd, verdienen evenveel, hebben dezelfde hobby’s en hetzelfde werk. Kortom deze mensen lijken erg sterk op elkaar. Ze bevinden zich globaal in dezelfde situatie. Op een avond hebben zowel Loes als Annet, ieder in hun eigen huis, een goede vriendin te eten uitgenodigd. Een vriendin die zij al een tijd niet hadden gezien. Zowel Loes en Annet kijken erg naar het etentje uit en doen hun best om er iets moois van te maken. Ook tot zover verschillen Loes en Annet dus niet van elkaar. Het eten is bijna klaar en de fles wijn wordt open gemaakt zodat hij alvast op temperatuur kan komen. Dan gaat opeens bij zowel Loes als bij Annet de telefoon. Het blijkt hun vriendin te zijn. Ze zegt dat het haar vreselijk spijt dat ze zo laat nog afbelt maar er is iets belangrijks tussen gekomen. Ze belooft zo snel mogelijk terug te bellen… Daar staan Loes en Annet. Twee mensen op twee verschillende plaatsen maar hun situatie lijkt als twee druppels water op elkaar.

Loes begint langzaam vertwijfeld om haar heen te kijken. Ze voelt zich gespannen en onrustig worden. Ze weet het niet meer, voelt zich enerzijds erg teleurgesteld en verdrietig maar anderzijds verschrikkelijk kwaad. Ze snelt naar de keuken en giet woedend de wijn door de gootsteen. Daarna pakt ze de ovenschotel op en spoelt de inhoud door het toilet. Wanneer ze weer in de keuken komt en de lege fles in de gootsteen ziet liggen barst ze in tranen uit…

Ook Annet kijkt, nadat ze de hoorn op de haak heeft gelegd, wat vertwij­feld. Ze staart ongeveer twee minuten naar de telefoonklapper. Maakt dan een schuddende beweging met haar hoofd als of ze wakker lijkt te worden. Ze laat een diepe zucht ontsnappen en loopt naar de keuken. Wanneer ze langs de gedekte eettafel loopt neemt ze het bord, glas en bestek op, die bedoeld waren voor haar vriendin, en zet het terug in de kast. Ze voelt of de wijn al op temperatuur is en schenkt zichzelf er een goed glas van in. De oven wordt in een niet te hoge stand gezet zodat het gerecht door en door gaar kan worden. Het klokje wordt ingesteld. Dan draait ze zich om en loopt terug naar de kamer. Ze staat even stil bij de boekenkast en trekt daar een donkerblauw boek uit met in sierlijke letters Epictetus er op geschreven. Dan loopt ze naar de bank en vlijt zich hier lang en lui op uit. Nieuwsgie­rig kijkt ze naar de inhoud van het boek en begint met lezen…

Na deze reacties gezien te hebben blijken Loes en Annet helemaal niet zo veel op elkaar te lijken. Oké, de situatie waar ze zich in bevinden is voor beide gelijk maar hun gevoel en reacties verschillen nogal. Laten we het bovenstaande eens in een schema zetten.

Tekstvak: Situatie
Tekstvak: Reactie en gevoel
Tekstvak: Loes wordt boos, gooit het eten weg en barst in tranen uit van verdriet.
Tekstvak: Loes en Annet nodigen elk een goede vriendin uit.
De vriendin belt een half uur voor etenstijd af.
Tekstvak: Annet maakt het eten af, schenkt zichzelf een mooi glas wijn in en pakt nieuwsgierig een boek.

Wanneer wij aan Loes zouden vragen waarom ze huilt dan zal zij hoogst waarschijnlijk zeggen dat het komt omdat haar vriendin niet op kwam dagen. Kortom zij voelt zich niet prettig omdat haar iets naars is overko­men. En nu moet je eens goed bij jezelf te rade gaan of wij eigenlijk niet het zelfde zouden zeggen als Loes. Hoe vaak geven we niet als antwoord op de vraag: “Hoe komt het dat jij je zo voelt?” het antwoordt “Dat komt omdat mij het volgende is overkomen…” Wij hebben vaak het idee dat onze gevoelens veroor­zaakt worden door de situatie. We zijn geneigd te zeggen: “Vind je het gek dat ik gespannen ben, dat zou iedereen in mijn situatie hebben!” En precies aan dit laatste twijfelt Albert Ellis sterk.

1.2 Niet alleen de situatie speelt een rol

Want kijk nog maar eens naar het schema van Loes en Annet. Is het de situatie die hun het gevoel geeft? Nee! De les die men er uit kan leren is dat het in dit geval niet de situatie is die ervoor zorgt dat Loes verdrie­tig is want ook Annet zit in dezelfde situatie en blijkt zichzelf uitste­kend te vermaken.

Wat we namelijk nog niet besproken hebben in dit voorbeeld is het feit dat wij als mensen kunnen denken. We hebben een bepaalde visie, we kijken op een bepaalde manier naar de zaken om ons heen. En Loes en Annet leken misschien aan de buitenkant erg op elkaar maar in hun manier van denken zitten belangrijke verschillen. Maar juist deze verschillen zorgen ervoor dat Loes zich rottig voelt en Annet niet. Albert Ellis zegt dan ook dat het niet de dingen zijn die ons gespannen maken maar onze gedachten over die dingen.

Schijnbaar denkt Loes andere dingen dan Annet. Wat zou in het bovenste schema Loes kunnen denken waardoor ze gaat huilen? Denkt ze: “Die vriendin van mij is een geweldig mens”. Waarschijnlijk niet! Ze zal eerder zoiets denken als: “Hoe haalt ze het in haar hoofd dat ze pas zo laat afbelt. Dat kun je toch niet maken. Heb ik daarvoor de hele middag in de keuken gestaan. Ik vind het gemeen. Misschien heeft ze iets tegen me. Misschien had ze wel geen zin om te komen. Volgens mij is dit een smoes, ze mag me gewoon niet. Mijn beste vriendin kan ik niet eens vertrouwen…” Wanneer je dit denken wat overdreven vindt dan moet ik je daarin gelijk geven. Ze overdrijft en zegt dingen die waarschijnlijk niet waar zijn! Maar niets menselijks is ons vreemd. We hebben allemaal op zijn tijd de neiging om de dingen wat te verdraaien en te overdrijven. En weet je wanneer we dat doen? In het algemeen doen we dat als we ons rottig en gespannen voelen. Kan het dan ook anders? Jazeker! Neem Annet bijvoorbeeld. Ook Annet was even vertwijfeld aan de telefoon. Ze dacht even dit kan niet waar zijn. Dit kan ze niet maken… Maar ze herkende dat ze negatief zat te denken. Ze dacht daarna:” Natuurlijk kan ze dit maken. Ze is een mens, en mensen doen wel eens dingen op het laatste moment. Trouwens ik weet eigenlijk niet eens waarom ze niet kan komen. Het leek me erg belangrijk voor haar, ze zou mij daarover nog terug bellen. Ik hoor dan wel van haar wat de reden is en ik zal haar dan direct vragen of ze echt niet eerder kon bellen. Ze zal daar misschien een reden voor hebben. Heeft ze die niet dan zal ik haar vragen om in het vervolg eerder te bellen. Het is jammer dat ze niet komt, maar de eendeborst blijft de eendeborst en daar ga ik eens goed van genieten. En alles heeft zo zijn goede kant, want laat ik nu eindelijk ook eens dat boek van Epictetus gaan lezen. Misschien kan ik haar morgen even bellen om te vragen wat er aan de hand was…”

De situatie was voor beide mensen gelijk maar door hun manier van denken waren de gevolgen uiteindelijk heel verschillend. Het schema van Loes en Annet moet dus aangevuld worden. [volgende bladzijde]

Tekstvak: Dit neem ik niet. Zo laat ik me niet behandelen. Een echte vriendin doet zoiets niet.
Tekstvak: Loes wordt boos, gooit het eten weg en barst in tranen uit van verdriet.
Tekstvak: Loes en Annet nodigen elk een goede vriendin uit.
De vriendin belt een half uur voor etenstijd af.
Tekstvak: Ze zal waarschijnlijk een goede reden hebben dat ze niet komt. Ik zal dat nog wel horen. Laat ik mezelf trakteren op rustig lees avondje.
Tekstvak: Annet maakt het eten af, schenkt zichzelf een mooi glas wijn in en pakt nieuwsgierig een boek.