Vragen en oefeningen les 6.

Tekstvragen les 6

1) Schrijf eens kort voor jezelf op welke acht punten je kunt gebruiken om te kijken of de gedachten rationeel/irrationeel zijn.

________________________________________________________________________

________________________________________________________________________

________________________________________________________________________

________________________________________________________________________

________________________________________________________________________

Oefeningen les 6

  • Doe elke dag ademoefening 7 en autogene-training 5
  • Doe elke dag de oefening ‘gedachten veranderen’.

Ademoefening 7

Onderrug uitduwen

Ruglig. Buig beide knieën. De onderrug komt daardoor meer op de onder­grond, met als gevolg dat je de adembeweging meer in de rug voelt. Voel dit even.Zet daarna een voet op de knie van het andere been en plaats beide handen op de voorste knie. Bij het inade­men duw je met de handen tegen de knie (de rug bolt dan makkelijk uit) bij het uitade­men stop je met du­wen.

Autogene training 5

a) De inleiding.

b) De specifieke oefeningen:

   1)  Ik ben volkomen rustig.                                                1-3X

   2)  Mijn beide armen en benen zijn helemaal zwaar.        6-12X

   3)  Mijn rechterarm wordt aangenaam warm.                    6-12X

c) Het terugnemen.

Oefening ‘negatieve gedachten veranderen’

Schrijf weer elke dag een situatie op die je vervelend vond en misschien klachten gaf. Zet weer onder (C) wat je voelde en deed. Daarna controleer je of dat, gezien de situatie, ‘aangepast’ is. Zo niet, dan schrijf je de gedachten op onder (B) die je had in situatie (A) en controleer of die dan inderdaad tot (C) leiden. Als dat het geval is, schrijf je onder (E) hoe je je zou willen voelen en gedragen. Wees daar in wel reëel en stel haalbare doelen. Daarna kun je de gedachten onder (B) gaan uitdagen en rationele alternatie­ven bedenken die je opschrijft onder (D).

[A] activerende gebeurtenis (video-controle)        
[B] Beschouwing: gedachten die leiden tot [C]                                    [D] Discussie, uitdaging en rationeel alternatief    
[C1] Consequentie in gevoel/sensaties (4B’s)      [E1] Effect wens in gevoel/sensaties (4B’s)
[C2] Consequenties in gedrag      [E2] Effect wens in gedrag