Je gedachten op een rijtje zetten

In les drie hebben we je al verteld dat, hoe we ons voelen en gedragen in een bepaalde situatie vooral van het denken over de situatie afhangt. Eigenlijk komt het er op neer dat je langzaam maar zeker zult leren herkennen hoe je nu eigenlijk denkt in een bepaalde situatie. In de volgende les leer je een methode om anders te gaan denken. We gaan het eerst hebben over je gedachten ( de ‘B’ in termen van het A-B-C model).

Een eerste reactie van veel mensen die voor het eerst met deze denk­trai­ning beginnen is: “Maar ik denk helemaal niets, ik word gewoon zenuw­ach­tig”. Of: “Ik denk niets en toch krijg ik opeens klachten”. Deze reactie is eenvoudig te begrijpen om de volgende twee redenen:

  • We verstaan onder denken in het algemeen de dingen die je in jezelf zegt; de inwendi­ge stem. Want het is bekend dat we eigenlijk de hele dag in onszelf zitten te kletsen. Men noemt dit wel eens de innerlijke dialoog of zelfspraak. Maar het denken of het gesprek dat we in ons zelf voeren gaat niet altijd duidelijk in woorden. Het kunnen ook beelden zijn. We spreken dan van beelddenken. Met denken bedoelen we dus de woorden die we denken, de meningen, je levensfilosofie, je kijk op de zaak, gedachten­spinsels, beelden, geluiden enzovoort. Dus als je stelt: “Als ik zenuwach­tig word dan zeg ik niets tegen mezelf”, dan kan dat best kloppen, maar hoogst waarschijnlijk toverde je dan wel een beeld voor ogen.
  • Een tweede belangrijke reden is het gegeven dat het overgrote deel van onze gedach­ten razend snel door ons hoofd gaan. Je merkt ze niet eens op maar ze hebben wel hun effect. Men noemt daarom deze snelle gedachten wel eens ‘onbewust’. Maar wanneer je je best doet kun je ze achterhalen. Eigenlijk is een betere benaming; ‘automa­ti­sche gedachten’. Je hebt de gedachten waarschijnlijk al zo vaak gehoord of gedacht dat je als het ware al aan een half woord (van de gedachte) genoeg hebt om de bedoeling te vatten. Ze zijn een gewoonte geworden. Ze vallen je niet eens meer op.

Maar wat is nu het grote belang om je met deze gedachten bezig te houden. Heel eenvoudig: je zult als je je zenuwachtig, gespannen, angstig voelt of hyperventilatieklachten hebt, ongetwijfeld bepaalde gedachten in je hoofd halen die mede de oorzaak zijn van de spanning en de klachten. Laten we een voorbeeld geven:

Een vrouw doet al jaren met veel plezier vrijwilligerswerk op een school. Haar man echter is daar niet over te spreken. Hij vindt dat het zonde van haar tijd is. En zegt dat ze het alleen maar doet om haar eigenwaarde te strelen. Elke keer als hij dat zegt laat de vrouw het over haar heen komen, maar wordt er wel verdrietig van en krijgt ze hyperventi­latie­klachten. Nu zijn we geneigd om te zeggen dat het, gezien de situatie, logisch is dat je klachten krijgt. Veel mensen zeggen:

‘Het is toch ook een verschrikkelijk lelijke opmerking van die man. Hij ziet het echt verkeerd. Maar hij weigert het gewoonweg om het anders te zien. Zou jij je dan niet gespannen voelen als je zo miskend wordt?’

Inderdaad kunnen we stellen dat deze man het (waarschijnlijk) bij het verkeerde eind heeft. Maar toch blijft het een gegeven dat de manier waarop men er over denkt bepaalt in welke mate je je rottig gaat voelen. Er zijn mensen die in een soortgelijke situatie het volgende tegen zichzelf zeggen:

‘Nou, die opmerkingen  van mijn man ken ik ondertussen wel. Hij heeft het zeker niet altijd bij het verkeerde eind maar nu toch echt wel! Maar is dat ondraaglijk voor mij? Kan ik dat niet doorstaan? Wordt het werk daardoor minder leuk? En voor wie doe ik het eigenlijk? Voor hem of voor de school en mijzelf. Precies! Trouwens er is niets verkeerd aan wanneer men iets doet om zijn eigenwaarde te strelen. Het is eigenlijk geen drama. Hij heeft daar gewoon een andere mening over en schijnbaar kan ik hem (tot nu toe ) nog niet overtuigen van mijn ware motivatie. Er zijn ergere dingen. We kunnen gewoon nog evenveel van elkaar blijven houden ook al hebben we een verschillende mening.’

Wanneer men dit zou denken dan voelt men zich hoogst waarschijnlijk niet verdrietig en krijgt men geen klachten.