Oefening 2. Zelf een verbeelding creëren

Denk aan een beeld dat je wilt gebruiken en beschrijf dit in een paar regels hieronder. Laat het een beeld zijn waarbij je je prettig zult voelen. Je moet daar zoveel mogelijk zintuigen in betrekken. Door het beeld in detail goed te beschrijven wint het beeld aan diepgang en helderheid. Het sterkst werkt het om een beeld te creëren waar jezelf ook deel vanuit maakt.

Voorbeelden zijn:

Een warme douche nemen, een lekkere vrucht eten, onder water zwemmen, in het park wandelen, zonnebaden, berglandschap, een feest of circus, een prettige herinnering uit je kindertijd.

Beschrijving beeld:

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Doe dan een minirelaxatie of een dieprelaxatie. Verbeeld je dan intens het beeld met al je zintuigen erbij. Probeer het zo levendig mogelijk te beleven. Laat ze op de details van verschillende zintuigmodaliteiten letten. Sta jezelf toe met al je zintuigen te experimenteren – kijken, ruiken, proeven, aanraken en horen. Zie de vormen, kleuren en lichtpatronen. Voel de lucht. Raak de voorwerpen aan en voel hoe glad, hard, zacht, pluizig of warm ze zijn. Let op of er ook geuren en smaken zijn. Beweegt er iets? Zijn er andere mensen of ben je liever alleen? Luister naar de geluiden. Verander elk detail dat je veranderen wilt.

Doe de verbeelding minstens vijf minuten per keer. Na de oefening scoor je hoe sterk je verschillende zintuigen betrokken waren in het beeld.